Er zijn maar heel weinig mensen die geen vaccin met difterie mogen krijgen.
Bij twijfel moet passend advies worden ingewonnen bij een kinderarts, vaccinatiecoördinator of specialist in de bestrijding van besmettelijke ziekten, in plaats van het vaccin niet toe te dienen.
Het vaccin mag niet worden toegediend aan personen die:
- een bevestigde anafylactische reactie op een eerdere dosis van een difterievaccin, of
- een bevestigde anafylactische reactie op een van de bestanddelen van het vaccin.
Systemische en lokale reacties na een eerdere vaccinatie
Als er een voorgeschiedenis is van een ernstige of milde systemische of lokale reactie binnen 72 uur na een eerdere vaccinatie. Vaccinatie met een difterie-bevattend vaccin moet worden voortgezet na een voorgeschiedenis van (2):
- koorts, ongeacht de ernst
- hypotone-hyporesponsieve episodes (HHEs)
- aanhoudend huilen of schreeuwen gedurende meer dan drie uur
- ernstige lokale reactie, ongeacht de omvang
Raadpleeg de samenvatting van de productkenmerken (SPC) van het difterie-bevattende vaccin alvorens het vaccin toe te dienen.
Bron:
- Ministerie van Volksgezondheid (10 augustus 2004). Nieuwe vaccinaties voor het immunisatieprogramma voor kinderen. PL/CMO/2004/3, PL/CNO/2004/2, PL/CPHO/2004/3.
- Het Groene Boek. Hoofdstuk 15 - Difterie (april 2019)
Maak een account aan om paginanotities toe te voegen
Voeg informatie toe aan deze pagina die handig is om bij de hand te hebben tijdens een consult, zoals een webadres of telefoonnummer. Deze informatie wordt altijd weergegeven wanneer je deze pagina bezoekt