NICE-richtlijn - gebruik van nieuwere geneesmiddelen voor epilepsie bij volwassenen
Hieronder volgt een samenvatting van NICE-richtlijnen met betrekking tot het gebruik van nieuwere geneesmiddelen voor epilepsie bij volwassenen:
1.1 De nieuwere anti-epileptica gabapentine, lamotrigine, levetiracetam, oxcarbazepine, tiagabine, topiramaat en vigabatrine worden, binnen de toegelaten indicaties, aanbevolen voor de behandeling van epilepsie bij mensen die geen baat hebben gehad bij behandeling met de oudere anti-epileptica zoals carbamazepine of natriumvalproaat, of bij wie de oudere anti-epileptica ongeschikt zijn omdat:
er contra-indicaties zijn voor de geneesmiddelen
ze een wisselwerking kunnen hebben met andere geneesmiddelen die de persoon gebruikt (met name orale anticonceptiva)
reeds bekend is dat de persoon ze slecht verdraagt
de persoon een vrouw is die zwanger kan worden (zie rubriek 1.4).
1.2 Het wordt aanbevolen om mensen waar mogelijk met één anti-epilepticum (monotherapie) te behandelen. Als de initiële behandeling niet succesvol is, kan monotherapie met een ander geneesmiddel worden geprobeerd. Voorzichtigheid is geboden tijdens de overgangsperiode.
1.3 Het wordt aanbevolen combinatietherapie (adjunctieve of add-on therapie) alleen te overwegen wanneer pogingen met monotherapie met anti-epileptica (zoals in rubriek 1.2) niet hebben geleid tot aanvalsvrijheid. Als proeven met combinatietherapie geen zinvolle voordelen opleveren, dient de behandeling terug te keren naar het regime (monotherapie of combinatietherapie) dat voor de patiënt het meest aanvaardbaar is gebleken, in termen van de beste balans tussen effectiviteit in het verminderen van aanvalsfrequentie en verdraagbaarheid van bijwerkingen.
1.4 Bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd dienen de mogelijke interacties met orale anticonceptiva en het risico dat de geneesmiddelen schade toebrengen aan een ongeboren kind te worden besproken en dient een beoordeling te worden gemaakt van de risico's en voordelen van behandeling met individuele geneesmiddelen. Er zijn momenteel weinig gegevens waarop een definitieve beoordeling van de risico's van de nieuwere geneesmiddelen voor het ongeboren kind kan worden gebaseerd. Specifieke voorzichtigheid is geboden bij het gebruik van natriumvalproaat vanwege het risico op schade aan het ongeboren kind.
1.5 Het wordt aanbevolen dat alle mensen met een eerste epilepsieaanval zo snel mogelijk worden gezien door een specialist in de behandeling van epilepsieën om een nauwkeurige en vroegtijdige diagnose te stellen en een behandeling te starten die is afgestemd op hun behoeften.
1.6 De behandeling dient met regelmatige tussenpozen opnieuw te worden bekeken om te voorkomen dat mensen met epilepsie langdurig een behandeling moeten volgen die niet effectief is of slecht wordt verdragen en om ervoor te zorgen dat zij de voorgeschreven medicatie blijven gebruiken.
1.7 De aanbevelingen over de keuze van behandeling en het belang van regelmatige controle van effectiviteit en verdraagbaarheid zijn voor specifieke groepen zoals ouderen en mensen met leerproblemen hetzelfde als voor de algemene bevolking.
- Voor volledige details van de richtlijnen, zie:
NICE (2004). Nieuwere geneesmiddelen voor epilepsie bij volwassenen.
Gerelateerde pagina's
Maak een account aan om paginanotities toe te voegen
Voeg informatie toe aan deze pagina die handig is om bij de hand te hebben tijdens een consult, zoals een webadres of telefoonnummer. Deze informatie wordt altijd weergegeven wanneer je deze pagina bezoekt