Deze site is bedoeld voor zorgprofessionals

Go to /sign-in page

Je kunt nog 5 pagina's bekijken voordat je inlogt

Beheer van disfunctie van de lagere urinewegen bij neurologische aandoeningen

Vertaald vanuit het Engels. Toon origineel.

Auteursteam

Behandelingen op basis van gedrag

  • De arts moet een gedragsmanagementprogramma (bijvoorbeeld getimed urineren, blaastraining of gewoontetraining) overwegen voor mensen met neurogene aandoeningen van de lagere urinewegen:
    • alleen na beoordeling door een zorgverlener die getraind is in de beoordeling van mensen met neurogene aandoeningen van de lagere urinewegen en
    • in combinatie met voorlichting over de functie van de lagere urinewegen voor de persoon zelf en/of hun familieleden en verzorgers.
  • houd er bij het kiezen van een gedragsbeheersingsprogramma rekening mee dat aandrang tot urineren en gewoontetraining bijzonder geschikt zijn voor mensen met cognitieve stoornissen.

Antimuscarinica

  • Antimuscarinica aanbieden aan mensen met:
    • ruggenmergaandoeningen (bijvoorbeeld een dwarslaesie of multiple sclerose) en
    • symptomen van een overactieve blaas zoals verhoogde frequentie, aandrang en incontinentie
  • overweeg behandeling met antimuscarinica bij mensen met:
    • aandoeningen die de hersenen aantasten (bijvoorbeeld hersenverlamming, hoofdletsel of beroerte) en
    • symptomen van een overactieve blaas
  • behandeling met antimuscarinica overwegen bij mensen bij wie urodynamisch onderzoek aantoont dat de blaasopslag verminderd is
  • het residuele urinevolume controleren bij mensen die geen intermitterende of verblijfskatheterisatie gebruiken na het starten van de behandeling met antimuscarinica
  • houd er bij het voorschrijven van antimuscarinica rekening mee dat:
    • antimuscarinica waarvan bekend is dat ze de bloed-hersenbarrière passeren (bijvoorbeeld oxybutynine) kunnen bijwerkingen veroorzaken die gerelateerd zijn aan het centrale zenuwstelsel (zoals verwardheid)
    • Behandeling met antimuscarinica kan het legen van de blaas verminderen, wat het risico op infecties van de urinewegen kan verhogen.
    • behandeling met antimuscarinica kan constipatie uitlokken of verergeren

Botulinetoxine type A

  • bij volwassenen
    • Bied volwassenen een blaaswandinjectie met botulinetoxine type A3 aan:
    • met een aandoening van het ruggenmerg (bijvoorbeeld een dwarslaesie of multiple sclerose) en
    • met symptomen van een overactieve blaas en
    • bij wie antimuscarinica niet effectief zijn gebleken of slecht worden verdragen
    • blaaswandinjectie met botulinetoxine type A3 aanbieden aan volwassenen
      • met ruggenmergaandoeningen en
      • bij wie urodynamisch onderzoek wijst op een verminderde blaasopslag en
      • bij wie antimuscarinica niet werkzaam zijn gebleken of slecht worden verdragen
  • bij kinderen
    • injectie van de blaaswand met botulinetoxine type A3 moet worden overwogen voor kinderen en jongeren:
      • met ruggenmergaandoeningen en
      • met symptomen van een overactieve blaas en
      • bij wie antimuscarinica niet effectief zijn gebleken of slecht worden verdragen
    • overweeg injectie van de blaaswand met botulinetoxine type A3 bij kinderen en jongeren:
      • met ruggenmergaandoeningen en
    • bij wie urodynamisch onderzoek wijst op een verminderde blaasopslag en
    • bij wie antimuscarinemedicijnen niet werkzaam zijn gebleken of slecht worden verdragen

Alfablokkers:

  • **bied mensen geen alfablokkers aan als behandeling voor blaasledigingsproblemen veroorzaakt door een neurologische aandoening

Profylaxe tegen UTI's

  • gebruik niet routinematig antibioticaprofylaxe voor urineweginfecties bij mensen met neurogene aandoeningen van de lagere urinewegen

Als er sprake is van stressincontinentie, overweeg dan bekkenbodemtraining.

Langdurige urinekatheterisatie of intermitterende urinekatheterisatie kan nodig zijn naast andere conservatieve behandelingsopties.

Bij sommige patiënten kan augmentatiecystoplastiek geïndiceerd zijn.

Andere chirurgische ingrepen zoals urethrale tape en slingchirurgie of het maken van een kunstmatige urinaire sfincter kunnen geïndiceerd zijn.

Opmerkingen:

  • botulinetoxine
    • voordat u een blaaswandinjectie met botulinetoxine type A aanbiedt:
      • leg aan de persoon en/of hun familieleden en verzorgers uit dat een katheterisatieregime nodig is bij de meeste mensen met neurogene lagere urineweg disfunctie na behandeling, en
      • ervoor te zorgen dat zij in staat en bereid zijn om met een dergelijke behandeling om te gaan, mocht er na de behandeling urineretentie ontstaan
    • het residuele urinevolume te controleren bij mensen die geen katheterisatieregime gebruiken tijdens de behandeling met botulinetoxine type A
    • de bovenste urinewegen te controleren bij mensen die een risico lopen op niercomplicaties (bijvoorbeeld mensen met een hoge intravesicale druk bij vulcystometrie) tijdens de behandeling met botulinetoxine type A.

Referentie

  1. NICE. Urine-incontinentie bij neurologische aandoeningen: beoordeling en behandeling. Klinische richtlijn CG148. Gepubliceerd augustus 2012, laatst bijgewerkt oktober 2023

Gerelateerde pagina's

Maak een account aan om paginanotities toe te voegen

Voeg informatie toe aan deze pagina die handig is om bij de hand te hebben tijdens een consult, zoals een webadres of telefoonnummer. Deze informatie wordt altijd weergegeven wanneer je deze pagina bezoekt

De inhoud hierin wordt uitsluitend ter informatie verstrekt en vervangt niet de noodzaak om professioneel klinisch oordeel toe te passen bij het diagnosticeren of behandelen van een medische aandoening. Raadpleeg een bevoegde arts voor de diagnose en behandeling van alle medische aandoeningen.

Volgen

Copyright 2026 Oxbridge Solutions Limited, een dochteronderneming van OmniaMed Communications Limited. Alle rechten voorbehouden. Elke verspreiding of vermenigvuldiging van de hierin opgenomen informatie is strikt verboden. Oxbridge Solutions ontvangt financiering uit advertenties, maar behoudt redactionele onafhankelijkheid.