Zelfmoord, afgeleid van de Latijnse term sui caedere (zichzelf opzettelijk doden), kan worden gedefinieerd als zelfdoding met aanwijzingen (expliciet of impliciet) dat de persoon van plan was om te sterven (1,2).
Een suïcidepoging kan worden omschreven als zelfverwondend gedrag met een niet-dodelijke afloop, vergezeld van bewijs (expliciet of impliciet) dat de persoon van plan was om te sterven. De suïcidale handeling kan zijn afgebroken, onderbroken of mislukt (1,2).
Het is belangrijk dat clinici de intentie achter een mogelijk zelfverwondend gedrag identificeren.
- voor gedragingen die suïcidaal zijn - de persoon, tenminste gedeeltelijk, de intentie heeft om een einde aan zijn leven te maken bv. - een 16-jarige jongen neemt een kleine overdosis paracetamol met de intentie om zichzelf te doden, hoewel hij daar niet in slaagt (suïcidepoging)
- niet suïcidaal zelfverwondend gedrag (NSSI) - zelfdestructieve handelingen zonder suïcidale intentie, bijv. - een 14-jarige jongen neemt een grote overdosis paracetamol omdat hij boos en overstuur was, hij wilde geen eind aan zijn leven maken.
- sommige NSSI-gedragingen kunnen echter leiden tot de dood - door onwetendheid of misrekening, bijv. - de hierboven genoemde 14-jarige jongen was zich niet bewust van de toxische effecten van de dosis en stierf als gevolg daarvan (1)
Het gebrek aan uniforme definities heeft een groot obstakel gevormd voor duidelijke communicatie tussen clinici, jongeren en families over suïcidale ideatie en gedrag. Het Columbia Classification Algorithm for Suicide Assessment (C-CASA), dat is ontwikkeld als onderzoeksinstrument, kan worden gebruikt om de terminologie in de klinische praktijk te standaardiseren (1).
Referentie:
Gerelateerde pagina's
Maak een account aan om paginanotities toe te voegen
Voeg informatie toe aan deze pagina die handig is om bij de hand te hebben tijdens een consult, zoals een webadres of telefoonnummer. Deze informatie wordt altijd weergegeven wanneer je deze pagina bezoekt