Deze omvatten:
- scheuren of tendinitis van de rotator cuff bv. supraspinatus tendinitis of het pijnboogsyndroom - pijn aanwezig in een kleine bewegingsboog en alleen tijdens actieve beweging en, in tegenstelling tot frozen shoulder, is het bereik van passieve bewegingen over het algemeen normaal
- stijfheid na schouderblessure - stijfheid is het grootst onmiddellijk na de blessure en neemt dan af. Bij een frozen shoulder is de stijfheid geleidelijk aan minder. Bij een frozen shoulder neemt de stijfheid geleidelijk toe na de blessure over een periode van enkele maanden.
- stijfheid door onbruik - een schouder die niet wordt gebruikt zal geleidelijk aan stijf worden, bijvoorbeeld een gebroken onderarm die te voorzichtig wordt verpleegd. Het patroon van stijfheid verschilt echter van dat van een frozen shoulder
- reflex sympathische dystrofie - schouderpijn en -stijfheid kunnen volgen op een beroerte of myocardinfarct. Een milde reflexsympathische dystrofie kan vrij sterk lijken op een frozen shoulder, maar ernstige vormen van de ziekte veroorzaken ook trofische en vasomotorische veranderingen in de hand.
- artritis van het schoudergewricht
- polymyalgia rheumatica - vooral als beide schouders aangetast zijn
- infectieuze artritis bij een immunosuppressieve patiënt
- polymyositis
- syndroom van Pancoast
- een posterieure dislocatie van het glenohumerale gewricht dat op slot is geraakt
- vroege ziekte van Parkinson (1)
Referentie:
- Drug and Therapeutics Bulletin 2000; 38 (11): 86-88.
Gerelateerde pagina's
Maak een account aan om paginanotities toe te voegen
Voeg informatie toe aan deze pagina die handig is om bij de hand te hebben tijdens een consult, zoals een webadres of telefoonnummer. Deze informatie wordt altijd weergegeven wanneer je deze pagina bezoekt